Onze occasiontoppers


image/jpeg
 
image/jpeg

image/jpeg

Achtergrond - 90 jaar Citro


image/jpeg

 

Citroën bestaat dit jaar 90 jaar en vierde dit het eerste weekend van oktober met diverse feestelijke activiteiten rondom het Stadionplein in Amsterdam. Citroën is altijd op zoek naar nieuwe wegen en paden en ontwikkelt nieuwe, op de toekomst gerichte visies. Het merk doet dit al 90 jaar en heeft een sterke traditie opgebouwd op het gebied van technische innovatie.

 

André Citroën, oprichter, bedenker en createur van automobielen onder zijn naam begon rond het jaar 1900 met de productie van tandwielen met een schuine- ofwel visgraatvertanding, te herkennen in het logo van Citroën. In tegenstelling tot rechte tandwielen zijn schuinvertande sterker en geruislozer. Kort erna begon de productie van visgraattandwielen die werden gebruikt in versnellingsbakken en transmissieassen in automobielen. De tweede grote innovatie was massaproductie van auto’s in Europa. Na een bezoek aan de Ford-fabrieken startte hij in 1919 met de productie van Type A. Dagelijks werden er zestig stuks gebouwd en elke auto had standaard verlichting en een reservewiel, allerminst gebruikelijk in die dagen.

Belangrijk nieuws was dat in 1928 Citroën als eerste Europese merk de geheel stalen carrosserie invoerde. Tot dan werd nog veel hout in auto’s verwerkt. In 1934 vernieuwde Citroën zich totaal met de Traction Avant. Het was de eerste automobiel ter wereld die niet alleen een gestroomlijnde zelfdragende carrosserie had, maar tevens voorwielaandrijving, torsiestaafvering, stuurinrichting met een tandwieloverbrenging en onafhankelijke voorwielophanging. Die combinatie maakte dat de Traction Avant wereldnieuws werd. Het model kwam er in verschillende gedaanten (cabriolet, coupé, sedan) en na een paar jaar kwam er een zescilinder bij, waarmee de Traction een 15CV werd. De opmerkelijk goede rijeigenschappen in combinatie met een hoge topsnelheid van 135 km/h zorgden voor de naam ‘La reine de la route’ (koningin van de weg).

 

image/jpeg

 

De 2CV, ofwel de Eend, heeft tientallen jaren het straatbeeld bepaald. In zijn oorsprong was het echter een innovatie van de bovenste plank. Citroën wilde al in 1936 een TPV (toute petite voiture), dat wilde zeggen een kleine auto in de 2CV-klasse. Er werd een onderzoek gedaan of er een auto gebouwd kon worden die 'twee boeren op klompen, vijftig kilo aardappelen of een kleine ton kan vervoeren met een maximum snelheid van 50 km/h en een benzineverbruik van 1 op 33.' De auto moest op de slechtste wegen kunnen rijden met een maximum aan comfort. Een mand met eieren moest heel aankomen op de plaats van bestemming. Daarnaast moest je kunnen instappen met je hoed op. Verder moest hij bestuurd kunnen worden door de onervaren boerin en mocht niet meer kosten dan een derde van de Traction Avant. Citroën kreeg het voor elkaar een volwaardige, maar technisch eenvoudige auto te bouwen en ontsloot daarmee het platteland en maakte een auto voor het grote publiek mogelijk.

 

image/jpeg

 

Een grote, zo niet de grootste technische innovatie van het merk begon begin jaren vijftig met het hydropneumatische veersysteem. De laatste Tractions werden er mee uitgerust op de achterwielen. Het was echter de DS in 1955 die een revolutie binnen de autowereld verkondigde. Behalve diens revolutionaire vormgeving was het hydropneumatische veersysteem uniek. De kern van het idee was dat in plaats van mechanische verbindingen een vloeistof kon worden gebruikt om de veerbelasting van de wielen naar de veren door te geven en de rijhoogte automatisch aan te passen door vloeistoffen naar behoefte af te voeren via veerbollen. Hierdoor bleef de auto in perfect evenwicht op slecht wegdek. Daarnaast kon door de snelle reacties van opgeslagen energiereserves in een centraal hogedruk hydraulisch servosysteem een moeiteloze besturing en versnellingskeuze worden verkregen. Net als het veersysteem werd de hydraulische techniek ook toegepast op de koppeling, het schakelsysteem en de remmen. Voor de aandrijving van het hydraulische systeem zorgde een hogedrukpomp die, via een constant ronddraaiende V-snaar vanaf een poelie op de nokkenas werd aangedreven. Het ontkoppelen ging automatisch en de versnellingen lieten zich vederlicht bedienen via een hendeltje tussen stuur en dashboard. De DS had tevens als eerste serieauto ter wereld schijfremmen op de voorwielen. Het hydraulische systeem werd in de loop der jaren steeds beter en in 1988 kon Citroën zelfs een elektronisch gestuurde versie aankondigen, wat eerst debuteerde in het prototype Activa met vierwielbesturing. Vervolgens werd het geplaatst in de XM en Xantia.

 

image/jpeg

 

Ook op motorisch gebied produceerde Citroën innovaties. Het besteedde veel tijd, geld en energie in de ontwikkeling van alternatieven voor de traditionele benzinemotor. Zo werd in 1974 de Wankel-motor geïntroduceerd in de GS Birotor. Een vooruitstrevend concept uit 1999 was de HDI-motor uit de Xsara Picasso, een direct ingespoten turbodiesel met common rail-techniek die een zeer efficiënte verbranding leverde, daarmee zowel brandstof als milieu sparend. Al in 2006 presenteerde Citroën een hybride, de C4 hybride HDi, een conceptcar waarin deze techniek wordt gecombineerd met een HDi-dieselmotor. Citroën onthulde onlangs op de IAA in Frankfurt de electrische conceptcar REVOLTe en voorziet op de toekomstige DS-lijn een dieselhybride te introduceren. Op de nieuwe Citroën C3 en DS3 worden tevens motoren beschikbaar die een uitstoot hebben van maximaal 99 gram CO2/km. Zo kan Citroën zich dus bogen op 90 jaar lang Créative Technologie.

 

image/jpeg


  

| Disclaimer