Onze occasiontoppers


image/jpeg
 
image/jpeg

image/jpeg

Skoda Superb Combi


image/jpeg

 

1-12-2009 - tekst Willem de Volder 

De Skoda Superb is een uit de kluiten gewassen jongen. De bewegingsvrijheid in het binnenste is fenomenaal, zo doet de ruimte op de achterbank bijvoorbeeld niet onder voor een verlengde BMW 7 Serie. De Superb Combi biedt bovendien zeeën aan bagageruimte, hij moet alleen zijn meerdere erkennen in de aanzienlijk duurdere Mercedes E-Klasse Estate.

 

Tijdens de introductie van de vijfdeurs Superb - of Twindoor zoals Skoda hem graag noemt, vanwege de tweeledige klepconstructie - repte men met geen woord over een eventuele stationversie. Waarom ook? De Octavia Combi biedt immers al genoeg ruimte en van een vlaggenschip hoeft niet altijd een station te komen. Kijk maar naar de Volkswagen Phaeton of eerder genoemde 7 Serie. Niet dat de Superb te vergelijken is met deze toppers, maar qua ruimteaanbod verschillen ze niet zo gek veel. Het design van de Superb daarentegen leent zich prima voor een stationversie, zo blijkt uit Skoda’s nieuwste creatie.

 

Gestrekte benen

Onder normale omstandigheden kun je in de Combi 633 liter aan bagage meezeulen, terwijl met de bank opgeklapt er liefst 1.865 liter in past. Door eerst de zitting omhoog te vouwen, vormt de neergeklapte rugleuning van de achterbank een mooi vlakke laadvloer. In de praktijk zul je hiervan weinig gebruik hoeven maken, simpelweg omdat de bagageruimte in de basis al toereikend is. Op de achterbank zit je als een vorst. Bijna met gestrekte benen. En met de optionele ‘lounge mattenset’ beschikken de achterpassagiers tevens over een voetenbankje. De afwerking en de materiaalkeuze voor het interieur laten niets te wensen over. Stof, leer, alcantara; het behoort allemaal tot de mogelijkheden in de Superb.

 

image/jpeg

 

Isolatiemateriaal

Wie een kijkje neemt in de brochure ziet een drietal benzinemotoren en twee diesels, waarvan één met PD wordt gekenmerkt. Inderdaad, een Pumpe-Düse. Hier wordt de hiërarchie binnen de VW-Groep duidelijk, voor zover dat nog niet bekend was. Zowel VW als Audi zijn volledig over op de common rail-diesels. Skoda en Seat moeten de schappen van de pompverstuivers nog even leegtrekken. We vrezen dan ook een herrieschopper in het vooronder van de Superb. Niets blijkt echter minder waar. De 2,0-liter TDI houdt zich keurig stil. Skoda heeft dus flink wat isolatiemateriaal aangebracht in het motorcompartiment, want zo’n pompverstuiver is een luidruchtig type. Je kunt dus best komen voorrijden met deze instapdiesel, goed voor 140 pk en 320 Nm aan koppel. Zeker in combinatie met de zestraps DSG-transmissie waarmee wij reden, heb je weinig reden tot klagen. Nul naar honderd duurt 10,3 tellen en de topsnelheid ligt op 203 km/h. De razendsnel schakelende bak weet altijd het optimale verzet te vinden, zodat je voortdurend over voldoende power beschikt. Je hebt nimmer de neiging het heft in eigen hand te nemen. Daarom heeft Skoda waarschijnlijk de flippers achter het stuur achterwege gelaten. Louter met een tik tegen de pook kun je manueel schakelen.

 

Haldex-koppeling

Voor het gevoel zijn we uiteraard ook op pad gegaan met de 160 pk sterke 1.8 TSI. De benzineturbo geeft de bestuurder net wat meer plezier in het rijden. Misschien ook vanwege het feit dat de motor in dit geval aan een handbak was gekoppeld en er meer inspanning van de bestuurder werd verwacht. De krachtbron produceert zowaar nog een mooie klank ook. Leuke bergwegen vormen dan zelfs met de Superb Combi een prettige belevenis. Helemaal met het typeplaatje 4x4 op de achterklep. Door de integrale aandrijving schuift de Skoda namelijk minder snel over zijn voorwielen weg, aangezien een deel van de aandrijfkrachten bij gripverlies via een Haldex-koppeling naar de achterwielen wordt geleid. De redelijk stevige afstemming van vering en demping dragen eveneens hun steentje bij tijdens een snelle rit. Wie helemaal in razend tempo van A naar B wil komen, moet ‘iets’ dieper in de buidel tasten voor de 3.6 V6 met 260 pk. Zelfs de 1.4 TSI weet de bagagereus nog aardig voort te bewegen. De veertienhonderd schopt het namelijk dankzij een turbo tot 125 pk. Tussen de zescilinder en 1.8 TSI zit een groot gapend gat van 100 pk. Dat biedt perspectief voor een 2.0 TSI bijvoorbeeld. Voorlopig is hiervan nog geen sprake. Wel van de 1.6 TDI (common rail) die volgend jaar als GreenLine zal worden aangeboden.

 

image/jpeg


  

| Disclaimer